Clublengte en lie: hoe lang moeten jouw clubs zijn?

Lengte en lie bepalen waar op de clubface je de bal raakt – meer dan welk model ijzers je koopt. Hieronder bepaal je je maat en controleer je of hij klopt.

Standaardlengtes als vertrekpunt

Fabrikanten hanteren nagenoeg dezelfde uitgangsmaten. Ze verschillen onderling tot ongeveer een halve inch, dus gebruik deze tabel als richtlijn en niet als wet.

ClubStandaard herenStandaard dames
Driver45,5″44″
3-hout43″42″
Hybride 4/539–40″38–39″
5-ijzer38″37″
7-ijzer37″36″
Pitching wedge35,5″34,5″
Putter34″33″

Deze maten passen bij heren van ongeveer 1,70 tot 1,85 m en dames van 1,60 tot 1,75 m. Zit je daarbuiten, lees dan door.

IJzer met stalen shaft, kop van achteren gezien
Bij ijzers loopt de lengte per club ongeveer een halve inch af; de lie loopt tegelijk mee omhoog.

Twee maten bepalen je lengte, niet één

Lichaamslengte alleen is te grof. Twee spelers van 1,85 m met verschillende armlengte hebben verschillende clubs nodig. De maat die de doorslag geeft is pols tot grond: sta rechtop op je golfschoenen, laat je armen ontspannen hangen en meet van de polsplooi tot de vloer.

Pols tot grondAanpassing t.o.v. standaard
tot 73 cm−1″
73–81 cm−0,5″
81–86 cmstandaard
86–94 cm+0,5″
94–101 cm+1″
meer dan 101 cm+1,5″ of meer, altijd in overleg

Als vuistregel geldt daarnaast: ongeveer een halve inch per vijf centimeter lichaamslengte boven of onder het standaardbereik. Wijken beide indicaties af, dan wint de pols-tot-grondmaat.

Lie: de hoek die je slag links of rechts stuurt

Lie is de hoek tussen de shaft en de grond op het moment van impact. Staat de teen van de club omhoog (te upright), dan wijst de face bij impact naar links en trek je de bal weg. Staat de hiel omhoog (te flat), dan duw je de bal naar rechts. Bij een 7-ijzer is één graad lie al goed voor enkele meters verschil op 130 meter.

Lengte en lie hangen samen: langere clubs vragen meestal een iets meer upright lie, kortere clubs juist een flattere. Daarom worden ze bij een fitting altijd samen bepaald. Sommige fabrikanten, Ping voorop, werken met kleurcodes voor de lie in plaats van graden – die codes zijn merkgebonden en niet onderling uitwisselbaar.

Statisch meten is het begin, dynamisch controleren is het bewijs

De tabellen hierboven zijn statisch. Hoe je club er bij impact echt bij ligt, hangt af van je swing. Dat controleer je op een lieboard met tape onder de sole: staat de kraslijn richting de teen, dan is de lie te flat; richting de hiel, dan te upright. Met impactspray op de face zie je in dezelfde sessie ook meteen waar je raakt.

Complete damesset met cartbag en clubs in de tas
Complete sets zijn er vaak ook in een verlengde uitvoering (+1″) – handig voor de gemiddelde Nederlandse lengte.
Meet altijd in golfschoenen. En doe het aan het einde van de dag: je meet dan in dezelfde houding waarin je op hole 15 staat. Meet twee keer en gebruik het gemiddelde – twee centimeter verschil is genoeg voor een verkeerde halve inch.

Junioren, sets en tweedehands

Junioren groeien sneller dan clubs slijten. Kies daarom een juniorset met verlengbare shafts of accepteer dat een set twee, drie seizoenen meegaat. Voor volwassenen geldt bij een tweedehands set: laat lengte en lie nameten voordat je koopt, want een vorige eigenaar kan de set al hebben laten aanpassen.

Wat je hiervan moet onthouden

  • Pols tot grond weegt zwaarder dan lichaamslengte.
  • Lengte en lie horen bij elkaar – verander je het een, controleer dan het ander.
  • Standaardmaten verschillen per merk; vergelijk altijd met de tabel van de fabrikant.
  • Een lieboard zegt meer over jouw swing dan welke tabel dan ook.

Twijfel je over je huidige set? Laat lengte en lie nameten of aanpassen bij onze clubservice.