Borduren of bedrukken: een logo op je golfkleding

Een logo op kleding kan op verschillende manieren, en de stof bepaalt welke manier deugt. Hieronder de technieken, de gangbare posities en de fout die je nooit moet maken met een regenjas.

Borduren

Het logo wordt met garen in de stof genaaid. Het resultaat is duurzaam, kleurvast en gaat langer mee dan het kledingstuk zelf. Borduren werkt uitstekend op piqué-polo's, truien, caps, tassen en handdoeken.

Voordat er geborduurd kan worden, moet je logo worden gedigitaliseerd („gepuncht”): het wordt omgezet naar steekpaden. Dat is eenmalig werk per logo en per formaat. Hoe meer steken, hoe langer de machinetijd – en dat is de belangrijkste factor achter de prijs. Fijne details, dunne lijnen en kleurverlopen komen in garen niet mee.

Donkerblauwe damespolo, geschikt voor een logo op de linkerborst
De klassieke plek voor een logo: linkerborst, ongeveer 6 tot 8 cm breed.

Transferdruk en DTF

Bij transfer- en DTF-druk wordt het ontwerp geprint en met warmte op de stof geperst. Dat kan wel met kleurverlopen, fotomateriaal en haarfijne lijnen, en het voegt nauwelijks gewicht toe. Het is bovendien de enige nette optie op stretchstoffen en op dunne, technische materialen waar een borduurnaald de stof zou vervormen.

Keerzijde: een transfer is minder slijtvast dan garen en kan na tientallen wasbeurten randen gaan vertonen, zeker als er te heet gewassen of gedroogd wordt.

Siliconen badges en patches

Een aparte badge – siliconen, rubber of geweven – wordt op de stof aangebracht. Je ziet het veel op caps en op de mouw van jacks. Het geeft een dik, driedimensionaal resultaat, houdt scherpe randen vast en is bestand tegen water. Nadeel is de stijfheid: op een dunne polo voelt het als een stuk plaat.

TechniekGeschikt voorLet op
BordurenPiqué-polo's, truien, caps, tassen, handdoekenGeen fijne details of kleurverlopen
Transfer / DTFStretch, technische stoffen, regenkleding, fotologo'sSlijt sneller; wasvoorschrift volgen
Siliconen badgeCaps, jacks, tassenStijf; niet op dunne stof

Posities en formaten

  • Linkerborst: 6–8 cm breed. De standaardplek voor een club- of sponsorlogo.
  • Mouw: 5–7 cm breed, ongeveer een handbreedte onder de schoudernaad.
  • Nek achter: klein, 4–5 cm, geschikt voor een clubnaam of jaartal.
  • Cap voorpaneel: maximaal ongeveer 5 cm hoog; de zijkanten van een cap zijn te gebogen voor grote logo's.
  • Handdoek: mag groter, 10–15 cm, want er is ruimte en de stof is dik genoeg.
Blauwe cap met gebogen klep, vooraanzicht
Op caps is het voorpaneel de enige echt vlakke plek – hou een logo daar compact.

Wat je aanlevert

Een vectorbestand (.ai, .eps of vector-pdf), de kleuren als PMS-nummers en de gewenste afmeting in millimeters per positie. Heb je alleen een pixelbestand, dan moet het logo eerst worden overgetekend; dat is extra werk en het resultaat wijkt soms licht af. Vraag altijd een digitaal proefbeeld en, bij een grotere serie, een fysiek proefexemplaar.

Laat nooit borduren op een waterdichte jas of regenbroek. Elke naaldsteek is een gaatje in het membraan, en daar komt water doorheen – garantie op de waterdichtheid vervalt bovendien direct. Gebruik op regenkleding een transfer of een opgeperste badge.

Wassen en onderhoud

  • Binnenstebuiten wassen op 30 graden, kort programma.
  • Geen wasverzachter: die tast zowel garen als transferlijm aan.
  • Niet in de droger; technische stoffen krimpen en transfers laten los.
  • Strijken alleen aan de binnenkant en nooit rechtstreeks over het logo.

Wat je hiervan moet onthouden

  • Borduren voor piqué, breisel en caps; transfer voor stretch en regenkleding.
  • Digitaliseren is eenmalig per logo en per formaat.
  • Vectorbestand plus PMS-kleuren plus afmeting in mm: dan kan het meteen.
  • Nooit borduren door een waterdicht membraan heen.

Kijk voor geschikte dragers bij caps, visors en hoeden en in de categorie golfkleding.