De loft, oftewel de hoek van het slagvlak, bepaalt bij elke club in uw tas hoe hoog en hoe ver de bal vliegt. In deze gids vindt u een tabel met typische lofts van driver tot lob wedge. U leest waarom moderne ijzers sterkere lofts hebben dan vroeger en hoe u wedges en lange clubs zo aanvult dat er in uw tas geen afstand ontbreekt.
Lofttabel van golfclubs
De loft is de hoek waarmee het slagvlak van de club ten opzichte van de verticaal naar achteren helt. Hoe groter de loft, hoe hoger de bal vertrekt, hoe meer hij draait (spin) en hoe korter hij doorgaans vliegt. Daarom heeft een driver een loft van rond de 10° en een lob wedge van rond de 60°.
| Club | Typische loft (indicatief) | Opmerking |
|---|---|---|
| Driver | 8–12° | amateurs spelen meestal 10,5–12° |
| Hout 3 | ca. 15° | vanaf de tee en vanaf de fairway |
| Hout 5 | ca. 18° | hogere balvlucht dan met hout 3 |
| Hout 7 | ca. 21° | alternatief voor een hybride of een lang ijzer |
| Hybrides | ca. 17–27° | vervangen lange ijzers |
| IJzer 7 “game improvement” | ca. 27–30° | moderne sets met versterkte lofts |
| IJzer 7 “players” | ca. 32–34° | sets voor gevorderde spelers |
| Overige ijzers | ca. 3–5° per nummer | lager nummer = minder loft |
| Pitching wedge (PW) | 43–47° | kan lager zijn bij sterkere lofts: de Titleist T400 heeft bijvoorbeeld een PW van 38° |
| Gap / approach wedge (GW, AW) | 48–52° | vult het gat tussen PW en SW |
| Sand wedge (SW) | 54–56° | bunkers en kortere slagen rond de green |
| Lob wedge (LW) | 58–60° | hoge, korte slagen, bijv. over een bunker |
De waarden verschillen per fabrikant en model, dus beschouw ze als richtlijn. In onze catalogus vindt u de loft bij de specificaties van drivers, fairwayhouten, hybrides en wedges, en bij wedges ook de bounce en de grind. Ook de lie-hoek en de lengte van de club hangen samen met de loft – meer daarover leest u in de gids over de lengte van golfclubs.
Loft creep: waarom ijzer 7 niet altijd ijzer 7 is
Fabrikanten van ijzersets maken de lofts geleidelijk sterker, omdat een sterkere loft bij hetzelfde nummer op de kop een langere slag betekent. Deze verschuiving heet “loft creep”. Om de bal toch hoog genoeg te laten vliegen, hebben zulke koppen meestal een laag zwaartepunt.
De verschillen tussen sets zijn groot: ijzer 7 uit een moderne “game improvement”-set (voor makkelijker spel) heeft vaak 27–30°, ijzer 7 uit een “players”-set voor gevorderden 32–34°. Een “game improvement”-ijzer 7 komt qua loft dus ongeveer overeen met ijzer 6 uit een “players”-set. Afstanden vergelijken op basis van het nummer op de club zegt daarom weinig, en bij het kiezen van nieuwe ijzers loont het om naar de lofts te kijken en niet alleen naar de nummers.
Het sterkst merkt u loft creep bij de wedges. De pitching wedge uit een set met versterkte lofts heeft vaak maar 43–44°, terwijl een sand wedge 54–56° heeft. Tussen een PW van 44° en een SW van 56° zit 12°, twee tot drie keer zoveel als de gebruikelijke stap tussen wedges (4–6°). Zo ontstaat er een gat in uw afstanden dat u zonder extra wedge niet kunt dichten. Stel daarom uw wedges pas samen op basis van de loft van de pitching wedge uit uw set.
Zo achterhaalt u de lofts van uw set
- Specificaties van de fabrikant: voor elk model publiceren fabrikanten een tabel met loft, lie en lengte van de afzonderlijke clubs. Zoek op het exacte model en de generatie, want de lofts kunnen per generatie verschillen.
- Gegevens op de kop: los verkochte wedges hebben de loft meestal in de kop gestempeld, vaak samen met de bounce. IJzers en de PW uit een set dragen meestal alleen een nummer of een letter.
- Tweedehands clubs: de lofts kunnen in het verleden door buigen zijn aangepast, waardoor de tabel van de fabrikant niet meer hoeft te kloppen.
- Meting: betrouwbaarder dan welke tabel ook is meten hoe ver de afzonderlijke clubs werkelijk vliegen.
Loft van wedges: zo vult u ze aan zonder gaten
Tussen twee opeenvolgende clubs zit idealiter 10–15 meter carry, de afstand die de bal door de lucht aflegt. Carry is een betrouwbaardere maatstaf dan de totale afstand, omdat de uitrol na de landing afhangt van het weer en de hardheid van de baan. Bij wedges bereikt u dat meestal met stappen van 4–6° loft.
Een gat merkt u ook op de baan: voor een bepaalde afstand hebt u geen club voor een volle swing en moet u met een andere club een ingehouden slag maken of juist forceren. Kies uw wedges daarom niet uit gewoonte of op basis van de tas van een vriend. Ga als volgt te werk:
- Zoek de loft van uw PW op.
- Vul wedges aan in stappen van 4–6° tot aan de hoogste loft waarmee u wilt spelen, meestal een sand wedge van 54–56° of een lob wedge van 58–60°.
- Tel uw clubs: de Golfregels staan maximaal 14 clubs toe. Hebt u er al 14, dan moet u bij het toevoegen van een wedge een andere club weghalen; dat hoeft geen lange club te zijn.
- Controleer de carry met een meting en pas de samenstelling aan op basis van het resultaat.
| Loft van de PW uit uw set | Aanvullende wedges | Stappen |
|---|---|---|
| 44° (versterkte lofts) | 48°, 52°, 58° | 4°, 4°, 6° |
| 44° (versterkte lofts) | 48°, 54°, 58° | 4°, 6°, 4° |
| 46° | 50°, 54°, 58° | 4°, 4°, 4° |
| 46° | 52°, 58° | 6°, 6° |
Wie een PW van 44° heeft en als hoogste wedge een 58° wil, heeft drie extra wedges nodig. Met een PW van 46° volstaan er twee, als stappen van 6° u bevallen. De namen gap, approach, sand en lob zijn slechts een indicatie en fabrikanten gebruiken ze verschillend; bepalend is het loftgetal.
Voorbeeld van een tas met 14 clubs: driver, hout 3 en 5, hybride, ijzers 5–9, PW, wedges van 48°, 52° en 58° en een putter. Ontbrekende lofts vindt u in ons aanbod wedges.
Controleer de gaten met een meting
De tabel is een goed begin, maar uw werkelijke afstanden hangen af van uw swingsnelheid en van hoe u de bal raakt. Dat zien we in onze fittingstudio, waar we met de simulators TrackMan iO en Uneekor EYE XO de balvlucht en de beweging van de club meten: clubhoofdsnelheid, aanvalshoek, spin en carry. Uit de meetgegevens blijkt meteen welke clubs bijna even ver vliegen en waar u een afstand mist. Meer hierover leest u in ons artikel over custom fitting.
Welke driverloft kiest u?
Een lagere driverloft betekent niet automatisch een langere slag. Als de bal bij uw swingsnelheid te laag en met te weinig spin vertrekt, landt hij eerder en verliest u carry. Als richtlijn geldt:
- tragere swing: meer loft, 11,5–12° of meer,
- gemiddelde swingsnelheid: 10–11°,
- snelle swing: 9–10°.
Naast de clubhoofdsnelheid speelt ook de aanvalshoek een rol, oftewel of het clubhoofd de bal licht opwaarts of neerwaarts raakt. Een hogere loft vermindert bovendien meestal iets de zijwaartse kromming van de balvlucht. Ook de shaft beïnvloedt tot op zekere hoogte de vluchthoogte en de spin – meer daarover in de gids voor het kiezen van een shaft.
Veel drivers hebben een verstelbare hosel waarmee u de loft meestal ±1–2° kunt aanpassen. Probeer de instelling uit tijdens een meting en verander die niet tijdens de ronde: volgens de Golfregels mag u niet spelen met een club waarvan u de eigenschappen tijdens de ronde bewust hebt veranderd.
Hybrides in plaats van lange ijzers
Lange ijzers (3, 4 en vaak ook 5) hebben weinig loft en een compacte kop, waardoor het bij een tragere swing lastig is om de bal hoog genoeg te krijgen. Dan vliegen ze vaak bijna even ver als het ijzer met een nummer hoger en nemen ze alleen ruimte in de tas in. Moderne sets beginnen daarom vaak pas bij ijzer 5 of 6.
Hybrides met dezelfde loft als een ijzer vliegen meestal hoger, zijn makkelijker te raken en komen beter door hoger gras. Kies ze op loft en niet op het nummer op de kop, dat per fabrikant verschilt. Controleer daarna of de carry van de hybride en die van uw langste ijzer 10–15 m verschillen.
Tussen de driver en de hybrides zitten de fairwayhouten. Hout 5 en 7 krijgen de bal makkelijker van de grond de lucht in dan hout 3 en zijn voor veel spelers een alternatief voor een hybride. Stelt u net uw eerste tas samen, dan helpt de gids voor het kiezen van een golfset voor beginners u op weg.
Bounce en grind bij wedges
Bounce is de hoek tussen de voorkant (leading edge) en het laagste punt van de zool. Daardoor ketst de zool af op zand of gras en graaft de club zich niet in. Hoeveel bounce u nodig hebt, hangt af van de omstandigheden waarin u speelt en van hoe steil u de bal raakt.
- Lage bounce (4–6°): harde ondergrond, vlakke swing met ondiepe plaggen.
- Gemiddelde bounce (7–10°): normale omstandigheden, een universele keuze.
- Hoge bounce (11° en meer): zacht zand en zachte ondergrond, steile swing met diepe plaggen.
Grind is de vormgeving van de zool, bijvoorbeeld materiaal dat bij de hiel, de neus of de achterkant is weggeslepen. Het bepaalt hoe de wedge zich gedraagt als u het slagvlak opent en hoe hij over het gras glijdt. Weet u niet welke combinatie van loft, bounce en grind u moet kiezen, probeer die dan uit bij een fitting.
Samenvatting
- De loft bepaalt de vluchthoogte, de spin en de lengte van de slag; de waarden in de tabel zijn indicatief en verschillen per fabrikant.
- Het nummer op een ijzer zegt niets over de loft: moderne sets hebben sterkere lofts, controleer daarom de specificaties van uw set.
- Stel uw wedges samen vanaf de loft van uw PW in stappen van 4–6°, met als doel 10–15 m carry tussen de clubs.
- Kies de driverloft op basis van swingsnelheid en aanvalshoek; een verstelbare hosel verschuift die meestal ±1–2°.
- Lange ijzers kunt u vervangen door hybrides of houten met meer loft; kies de bounce van uw wedges op basis van ondergrond en swing.
- De werkelijke gaten in uw tas ziet u pas na een meting van de carry op een launch monitor.
Weet u welke afstand u in uw tas wilt aanvullen, bekijk dan onze wedges, hybrides en drivers.
Veelgestelde vragen
Welke loft heeft een pitching wedge?
Vaak 43–47°, maar sets met sterke lofts kunnen een PW onder 43° hebben: de Titleist T400 heeft bijvoorbeeld 38°. Controleer de exacte waarde in de specificaties van het betreffende model en de generatie.
Welke loft heeft ijzer 7?
Bij moderne “game improvement”-sets ongeveer 27–30°, bij “players”-sets ongeveer 32–34°. Daarom verschillen de afstanden met hetzelfde clubnummer zo sterk tussen sets en is het zinvol om lofts te vergelijken, niet nummers.
Hoeveel wedges heb ik nodig?
Zoveel dat er tussen de PW en uw hoogste wedge geen stap groter is dan ongeveer 6°. Met een PW van 44° en een hoogste wedge van 58° zijn dat drie extra wedges, met een PW van 46° twee of drie. Houd daarbij rekening met de limiet van 14 clubs in de tas.
Wat is het verschil tussen loft en bounce?
Loft is de hoek van het slagvlak en bepaalt de hoogte en de lengte van de slag. Bounce is de hoek van de zool en bepaalt hoe de club door zand en gras gaat. Op wedges staan vaak beide waarden gestempeld, bijvoorbeeld 56 en 10 voor 56° loft en 10° bounce.
Meer onderwerpen vindt u in het overzicht van onze golfgidsen.




















































